|
Raskenmerken
De
Vizsla is een staande jachthond, gefokt door een jagersvolk. Toen
het geweer bij de jacht zijn intrede deed, kreeg men echter behoefte
aan een ander type jachthond. Men had een hond nodig die het wild
kon opsporen, voorstaan en om samen met de jager het wild op te doen
waarna de jager tot schot kon komen. Vervolgens moest de hond het
geschoten wild apporteren en onbeschadigd ter hand stellen. Ook
verloren zoeken, waterwerk en het uitwerken van een zweetspoor van
grofwild behoorde tot de taken van de Vizsla. Het is dus een
allround jachthond.
Pas later is men overgegaan tot het fokken van een variëteit, de
Vizsla Draadhaar, die men verkreeg door kruisingen met andere rassen.
Het voordeel van de draadhaar is, dat de hond door de dichte vacht
beter is beschermd. Hierdoor is hij beter geschikt voor het
waterwerk en het werken in dichte dekkingen.
|
De Magyar Vizsla of
Hongaarse Staande Hond is één van de oudste staande
jachthondenrassen. Over de verre geschiedenis bestaan diverse
theorieën. Sommige kenners menen dat de oorsprong van de Vizsla ligt
bij de Magyaren, een Aziatisch nomadenvolk, dat zich rond de 9e
eeuw vestigde in het gebied dat we nu kennen als Hongarije. De
honden die ze bij zich hadden vertoonden veel gelijkenissen met de
tegenwoordige Vizsla's. Andere theorieën gaan nog verder terug naar
de Romeinse tijd en wijzen de pannonische hond aan als de oer-Vizsla.
Pannonia was de Romeinse naam voor Hongarije en het zou in dit geval
gaan om een gele jachthond. Voorts wordt aangenomen dat de Turken,
die in de 16e eeuw Hongarije bezetten, de Tartese gele
hond en de Sloughi hebben gebruikt als andere voorouders van de
Vizsla.
In ieder geval is bekend dat vanaf de late
middeleeuwen de Hongaarse adel het alleenrecht had om te jagen en
werd de Vizsla door hen gehouden. In het begin van de vorige eeuw
dreigde door diverse kruisingen de raszuiverheid te verdwijnen en
daarom stak een aantal Hongaarse fokkers de koppen bij elkaar. Rond
1916 werd door hun inzet de eerste stamboom aan een Vizsla
uitgereikt. Op dat moment waren er slechts drie raszuivere reuen en
negen teven. Later werden daar nog enkele Vizsla's aan toegevoegd.
De eerste rasstandaard werd in 1935 vastgesteld en werd de Vizsla
door de FCI als ras erkend. In 1944 stonden er zo'n 5000 Vizsla's
geregistreerd, maar door de Sovjet overheersing werd 90% van de
populatie vernietigd. In 1956, het jaar van de Hongaarse opstand,
maar ook al daarvoor, werden door de rijkere Hongaren Vizsla's over
meerdere landen verspreid, waaronder Oostenrijk, Italië, Tsjechië,
Slowakije en Amerika.
|
Karakter
Een goed gefokte Vizsla zal alle genoemde eigenschappen in zich
hebben. Het is aan de eigenaar om door opvoeding en training deze
eigenschappen tot ontplooiing te brengen. Een Vizsla is een
vriendelijke hond en gemakkelijk af te richten, maar zijn karakter
kan een grove behandeling niet goed verdragen. Van nature wil hij
graag met de baas samenwerken
|