|
Staartsignalen Staart horizontaal, van de hond af wijzend, maar niet stijf "Daar zou wel eens iets interessants kunnen gebeuren" Staart wijst recht naar achter "Laten we eens zien wie hier de baas is" Staart omhoog en over de rug krullend "Ik ben hier de baas en iedereen weet dat"
Staart lager dan horizontaal, maar tamelijk ver van de achterpoten
verwijderd, "Alles is in orde. Ik voel me lekker" Staart laag, vlak bij de achterbenen, achterpoten recht, lichaam rechtop "Ik voel me niet lekker. Ik ben een beetje depressief" Staart laag, vlak bij de achterpoten, lage lichaamshouding door gebogen achterpoten "Ik voel me een beetje onzeker"
Staart tussen de poten "Ik ben bang. Doe me geen pijn" Opgezette haren op de staart "Ik daag jou uit!" Opgezette haren op het puntje van de staart "Ik sta een beetje onder druk" Een knik of scherpe buiging in de staart "Als het moet laat ik jou wel eventjes zien wie hier de baas is"
Zwak kwispelen "Jij vindt mij toch lief? Ik ben hier, hoor!" Breeduit kwispelen, zonder het lichaam te verlagen of de heupen heen en weer bewegen "Ik vind jou aardig. Laten we vriendjes zijn" Breeduit kwispelen, waardoor de heupen heen en weer worden bewogen "Jij bent mijn roedelleider en ik volg jou overal" Langzaam kwispelen met tamelijk laag gedragen staart "Ik begrijp het niet helemaal" |
|
|